De nieuwe WHW en de OER
Door de wijziging van de WHW is de OER een nog interessanter document geworden voor de medezeggenschap dan voorheen. Waar het document voorheen vooral in de facultaire medezeggenschap aan bod kwam, komt het nu ook op de agenda van Universitaire raden te staan, terwijl tegelijkertijd de rol van opleidingscommissies bij de OER nog versterkt wordt. In dit artikel worden de drie belangrijkste wijzigingen kort besproken.
Artikel 7.13
Laten we in de eerste plaats kijken naar artikel 7.13 zelf. Dat is uitgebreid met de hier cursief aangegeven passages: “Het instellingsbestuur stelt voor elke door de instelling aangeboden opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling vast. De onderwijs- en examenregeling bevat adequate en heldere informatie over de opleiding of groep van opleidingen. In de onderwijs- en examenregeling worden, onverminderd het overigens in deze wet terzake bepaalde, per opleiding of groep van opleidingen de geldende procedures en rechten en plichten vastgelegd met betrekking tot het onderwijs en de examens.” De memorie van toelichting op de wet verduidelijkt: “De toevoeging in het eerste lid maakt het doel duidelijk van de OER: het geven van een goed beeld van de aangeboden opleiding of groep van opleidingen, aan de hand van adequate informatie.” Deze teksten zijn voor de medezeggenschap, op welk niveau die de OERen ook bespreekt, een duidelijke maatstaf en toetssteen voor de beoordeling van de OER.
Model OER
Afgezien van artikel 7.13 is de nadruk die de gewijzigde WHW legt op het dictum “medezeggenschap volgt de zeggenschap” indirect van belang voor de behandeling van de OER. Dat komt doordat op steeds meer universiteiten steeds uitgebreidere Model Onderwijs- en Examenregelingen op centraal niveau gebruikt worden. Nu is het vaststellen van de OER een taak van de decaan, die de OER (uitgezonderd de onderwerpen in art. 7.13, tweede lid a t/m g) ter instemming aan de faculteitsraad moet voorleggen. Bepalingen in een universitair model OER zijn alleen bindend voor de decaan als het CvB gebruik maakt van een richtlijn volgens art. 9.5. Het is dan de vraag of de universiteitsraad ook instemmingsrecht heeft op die richtlijnen, als die de delen van de OER betreffen waar de FR instemming op heeft. In 2008 is hier aan de UvA nog een geschil over gevoerd, dat die vraag met een “nee” beantwoordde, maar met de nieuwe wet lijkt daar verandering in gekomen. Zo betoogt het CvB aan de UU:
“De verplichte delen van de OER zijn te beschouwen als richtlijn in de zin van art. 9.5 WHW. Bij een richtlijn neemt de UR de medezeggenschapsrechten over van de faculteitsraden. De faculteitsraden hebben instemmingsrecht op de OER, de UR neemt dat instemmingsrecht over voor de verplichte delen in de Model-OER.”
[Conceptverslag vergadering Universiteitsraad met cvb, d.d. 14 juni 2010]
Ook aan de UvA gaat het CvB ertoe over de Model OER ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschap.
Geschillen namens de OC
Een laatste interessante wijziging is de mogelijkheid die de WHW nu biedt aan facultaire raden om een geschil te beginnen over adviezen van de opleidingscommissie. De memorie van toelichting op de wet schrijft hierover: “Zo heeft de medezeggenschapsraad geen eigenstandige bevoegdheden ten aanzien van advisering over de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling, maar zal hij wel een geschil hierover kunnen aanspannen bij de geschillencommissie als met het advies van de opleidingscommissie niets wordt gedaan en de medezeggenschapsraad zich in het advies herkent.” Facultaire raden hebben nu dus niet alleen bij het vaststellen van de OER met het document te maken, maar kunnen nu ook controle uitoefenen op de uitvoering ervan.
Al met al is het duidelijk dat door de nieuwe WHW de OER van nog groter belang wordt voor medezeggenschapsorganen, en allerlei mogelijkheden biedt om invloed uit te oefenen op het onderwijsbeleid aan de universiteit.
Masterclass OER
TAQT biedt dit daarom een speciaal ontwikkelde ‘Masterclass OER’ aan, voor elk niveau van de medezeggenschap. Precieze invulling van de training wordt afgestemd op de situatie aan de instelling. Vraag een offerte aan via info@taqt.nl.




